3 a 4 appels (jonagold of andere harde zure appelsoort)
50 gram boter
50 gram suiker
klein beetje water
Bereidingswijze
Meng de suiker en boter tot een geheel. Voeg dan rustig zout, bloem en eieren toe en laat het deeg afgedekt in de koelkast rusten. Verwarm de oven voor op 180 graden. Schil de appels en snijdt ze in partjes. Rol het deeg vervolgens uit op een met bloem bestoven aanrecht tot een lap van 4 mm dik. Zet een koekenpan op het vuur met de suiker en een klein beetje water (i.v.m. te snel verbranden) als de suiker begint te verkleuren, haal dan de pan van het vuur en voeg de blokjes boter toe en roer met een lepel tot het een geheel wordt. Leg de plakjes appel dakpansgewijs, van de buitenkant naar de binnenkant in de karamel. Met een pannendeksel (ca 24 cm doorsnee) snijdt je een cirkel uit de deeg lap. Leg deze over de appels in de pan en stop ze appels in, net als een deken. Prik in het midden een gat (zodat stoom in de oven ontsnapt) en bak de taart in ca 25 minuten goudbruin.