1. Schil de aardappels en halveer ze. Zet de aardappels op met water en een theelepel zout. Breng de aardappels aan de kook en laat 15 minuten voorkoken. 2. Snijd ondertussen de gepelde uien doormidden en snijd de helften in dunne ringen. 3. Snijd de paprika in kleine blokjes. Bak de uien in 25 gram boter 3 minuten aan. Zet het vuur laag en stoof het 10 minuten onder af en toe roeren. Voeg na 5 minuten de blokjes paprika toe. 4. Voeg de boerenkool toe aan de aardappels en laat nogmaals 15 minuten koken met de deksel op de pan. 5. Laat de rookworst 15 minuten wellen volgens de aanwijzing op de verpakking. Giet de aardappels en boerenkool, als ze gaar zijn, af in een vergiet. Vang wat van het kookwater op. 6. Smelt 50 gram boter in de pan en voeg 1 eetlepel azijn, 100 ml slagroom en 4 el kookvocht toe. 7. Giet de aardappels en boerenkool weer terug in de pan en stamp met een pureestamper tot een smeuïge stamppot. Breng op smaak met versgeraspte nootmuskaat, zout en peper. 8. Verdeel de stamppot over 4 borden en leg er voor ieder een stuk rookworst op. Verdeel de uienringen en paprika over de rookworst en geef er piccalilly bij.