Was de groenten onder de koude kraan en snijd ze in grove stukken. Bind de kruiden met een stukje keukentouw bij elkaar. Verhit in een grote soeppan de olie en roerbak in ongeveer 5 minuten de groenten zacht. Roer de groenten steeds om, tot ze zachter zijn! Je kunt de groenten in plaats van roerbakken ook even roosteren in de oven. Doe ze daarna met de kruiden in de pan en giet er meteen het water bij. Voeg, als de groenten zacht genoeg zijn, het bosje kruiden en de peperkorrels toe. Giet het water in de pan en breng alles tegen de kook aan. Draai het vuur zo laag mogelijk en laat de bouillon met het deksel op de pan ongeveer anderhalf uur trekken. Schep met een schuimspaan de groenten uit de pan en giet daarna de bouillon door een zeef. Wil je een heel heldere bouillon, leg dan een theedoek in de zeef en zeef de bouillon een tweede keer. Breng de bouillon op smaak met zout en nog wat peper. Hierna kun je de bouillon meteen gebruiken.
Snijd de makreelfilet in stukjes en verdeel deze over vier kommen. Strooi hierover de verse dille. Schep voorzichtig de bouillon in de kommen. Maak af met een paar druppels slagroom.