2 stengels bleekselderij, in halve maantjes gesneden
1 knolselderij, geschild en in blokjes
3 laurierblaadjes
1,5 l groentebouillon
15 g salie
300 ml crème fraîche
40 g boter
Bereidingswijze
1. Schil 3 appels en snijd ze in blokjes. Rits de tijmblaadjes van de takjes en hak 4 teentjes knoflook fijn. 2. Verwarm een flinke scheut olijfolie in een ruime soeppan. Bak de uien en de bleekselderij 10-15 minuten op lage stand. 3. Voeg de fijngehakte knoflook, blokjes appel, knolselderij, laurierblaadjes en tijm toe. Houd ongeveer een theelepel tijm apart voor later. Giet ook de bouillon erbij en laat 30 minuten zachtjes koken met de deksel half op de pan. 4. Snijd de overgebleven appel in partjes, pluk de salieblaadjes in kleinere stukjes en snijd de overgebleven knoflook in dunne plakjes. 5. Voeg de crème fraîche toe aan de soep en pureer de soep met een staafmixer. Breng op smaak met peper en zout. 6. Verhit de boter en een eetlepel olijfolie in een koekenpan. Voeg de appelpartjes toe en bak deze lichtbruin. Voeg dan de salie en de gesneden knoflook toe. Laat ongeveer 2 minuten bakken op laag vuur, tot de salie krokant is en de knoflook goudbruin. 7. Verdeel de soep over kommen en garneer met de appel, salie en knoflook. Serveer met vers (af)gebakken brood met boter.